VEERTIG DAGEN OP WEG NAAR PASEN

Met Aswoensdag begint voor katholieke gelovigen de veertigdagentijd: een periode van bezinning
en voorbereiding op het grootste feest van het christendom, Pasen. In de verrijzenis van Christus viert de Kerk dat de dood niet het laatste woord heeft, maar dat Gods liefde sterker is dan alles.
De veertigdagentijd is daarom geen sombere tijd, maar een weg die uitloopt op licht en nieuw leven.
Het getal veertig heeft in de Bijbel een diepe betekenis. Jezus trok zich veertig dagen terug in de woestijn om te bidden en te vasten, voordat Hij zijn zending begon. Het volk Israël trok veertig jaar door de woestijn, op weg naar het beloofde land. Steeds staat die periode voor voorbereiding, loutering en groei in vertrouwen op God. Ook wij worden in deze weken uitgenodigd om ons leven opnieuw te richten op wat werkelijk van waarde is. De Kerk wijst daarbij op drie concrete wegen: bidden, vasten en delen. Bidden helpt ons om de relatie met God te verdiepen. Vasten – in welke vorm dan ook – maakt ons vrijer ten opzichte van overdaad en vaste patronen. Delen opent ons hart voor de noden van anderen. Samen vormen zij een oefenschool van liefde. Juist in onze tijd, vol drukte en onzekerheid, kan deze periode van bewust leven een bron van rust en hernieuwde hoop zijn. De veertigdagentijd nodigt ons uit
om te vertragen, om stil te worden en om ruimte te maken voor God en voor elkaar. Zo groeien wij toe naar Pasen, waar het licht doorbreekt in de Paaswake en wij belijden: Christus is verrezen. Vanuit
dat geloof mogen wij leven – als mensen van hoop, op weg naar nieuw leven.


Gidion van Tongeren