VETTE EN MAGERE JAREN
Toen ik vanmiddag tijdens de Ommer Bissingh met mijn collega langs de
goedgevulde terrassen liep, zeiden we tegen elkaar: wat hebben we het
nog goed, we hebben weinig te klagen.
Inderdaad: we leven nog in (relatieve) overvloed. De zon schijnt nog volop.
Reden tot dankbaarheid. Maar als de voortekenen niet bedriegen, is er
wellicht een tijd in aantocht, waarin we het met minder zullen moeten
doen. Allerlei crises volgen elkaar in rap tempo op. Denken we aan geopolitieke
spanningen (oorlog en geweld); boodschappen, maar ook benzine
en elektriciteit die alsmaar duurder worden; maar ook aan de aanhoudende
droogte die zijn tol lijkt te gaan eisen. Begrijpelijk, dat we ons afvragen:
woar geet op an?
Ook in de Bijbel is sprake van perioden van rijkdom, voorspoed en geluk, die gevolgd
worden door tijden van armoede, crisis en tegenspoed. Denken we aan het verhaal
in Genesis 41 (Oude Testament) over zeven vette en zeven magere jaren. De farao
(de koning van Egypte) droomt over 7 vette koeien en 7 volle aren, en daarna over
7 magere koeien en 7 lege aren, die de vette opeten. Jozef legt aan de farao uit, wat
de betekenis is van deze droom: God geeft aan, dat er 7 goede oogstjaren komen,
direct gevolgd door 7 jaren van extreme honger. Jozef raadt de farao aan om tijdens
de goede jaren graan te bewaren in grote schuren. Zo overleeft Egypte de extreme
hongersnood.
Nu hebben wij niet allemaal de voorspellende gaven, die Jozef in staat stelden om
in de toekomst te kijken. Maar toch kunnen wij ons enigszins voorbereiden op wat
(misschien) komen gaat. Nu het nog kan, kunnen ook wij voorzorgen nemen voor
mindere tijden. Niet voor niets vraagt onze regering ons, om een noodpakket in huis
te hebben voor als stroom en internet langdurig zouden uitvallen. Onze hulpdiensten
werken hard en doen fantastisch werk, maar kunnen niet overal tegelijk zijn.
Wat we ook kunnen doen, is zuinig zijn met water. Het lijkt zo vanzelfsprekend, dat
we ons lekker lang kunnen douchen en onze tuintjes ruimschoots kunnen besproeien.
Maar met de huidige droogte is het steeds moeilijker, om de watervoorziening op
peil te houden. Naar ik hoorde stond er onlangs in de krant een ‘ode aan het washandje’.
Misschien een idee, om nu het water niet met bakken tegelijk uit de lucht
valt, toch lekker fris voor de dag te kunnen blijven komen.
En zo zijn er nog wel meer voorbeelden te geven van dingen, die we kunnen doen
om ook in ‘magerder jaren’ overeind te blijven. Het lijkt me ook een kwestie van
mentaliteit te zijn. Gaan we op de oude voet verder, alsof er niets aan de hand is, of
zijn we bereid om bewust stil te staan bij onze leefstijl, onze manier van leven? Hoe creatief zijn we, om van minder juist meer te kunnen maken? Zijn we ook solidair
met elkaar, zodat ieder van ons genoeg krijgt om van te kunnen leven? Spannende
vraag: kunnen we een tijdje zonder voetbal, zodat er geen velden besproeid hoeven
te worden en er voor ons allen water om te drinken uit de kraan kan blijven komen?
Zouden vakanties iets dichter bij huis; en zakelijke ontmoetingen vaker digitaal
kunnen plaatsvinden? Kunnen we op zondag te voet of met de fiets naar de kerk
komen?
Mijn oude pastoor zei altijd: “Deus providebit”. Dit betekent: God zal erin voorzien.
Maar dit kan Hij niet alleen. Hij geeft ons vette jaren; maar tegelijk heeft Hij onze
handen en voeten nodig om in liefdevolle verbondenheid ook magere jaren door te
komen.
Wat ik van harte hoop, is dat we elkaar (ook als gelovige gemeenschap) niet in de
steek laten, maar vertrouwvol in het leven blijven staan, tot onderlinge hulp en solidariteit
bereid.
Zo kunnen ogenschijnlijk magere jaren ook vette jaren worden, die ons geloof en
onze verbondenheid verdiepen.
Dat het zo mag zijn. Vrede en alle goeds!
Pastoor André Monninkhof