TOEN HEB IK JOU GEDRAGEN

Al bijna een half jaar wordt onze samenleving gedeeltelijk lam gelegd door het Coronavirus dat onzichtbaar onze levens bedreigd. Op heel veel verschillende manieren wordt eraan geleden. In de eerste plaats natuurlijk de mensen die ziek zijn geworden en door de complicaties zijn overleden. En natuurlijk hun nabestaanden die in hele bescheiden kring of soms zelfs helemaal niet afscheid konden nemen van iemand die hen lief was. Op mensen in de gezondheidszorg en de thuis zorg werd de werkdruk vele malen hoger. En werd het leven in instellingen voortgezet achter symbolische tralies. Daarnaast verloren heel wat mensen hun inkomen of hun baan, omdat de beperkingen hun werk stil heeft gelegd. Het bracht en brengt heel veel financiële zorgen met zich mee en grote onzekerheid voor de toekomst. Door het thuiswerk achter de computer werd de wereld voor heel wat werkenden veel kleiner en verdwenen de alledaags ontmoetingen die ook voor veel afleiding en plezier zorgen. Mensen die alleen leven, werd als het ware een isolement opgelegd, dat de kans op sombere gevoelens veel groter maakt. Voor kinderen ontbrak de variëteit die de school biedt waardoor het leven meer inhoud en kleur krijgt.

Al met al werd menig zorgeloos mens overvallen met beperkingen en inbreuken in het bestaan. En dan komt het erop neer hoe je met elkaar èn in je eentje omgaat met deze vervelende en bedreigende omstandigheden. Kun je er ook iets mee vanuit ons geloven?

Dat hoop ik wel!

Er zijn mensen die onmiddellijk gaan nadenken hoe ze anderen kunnen ondersteunen en helpen. Want “Wat je voor de minsten der mijnen hebt gedaan, heb je voor mij gedaan.” Hebt u dat spandoek gezien waarop het Fonds voor Ons financiële ondersteuning aanbood? Hebt u die muzikanten gehoord die buiten voor bewoners van verzorgingshuizen voor afleiding gingen zorgen? Hebt u de bemoedigende woorden gehoord voor de werkers in de zorg? En ook onze overheid heeft heel wat middelen uit de reserves gehaald om mensen en bedrijven te helpen het hoofd boven water te houden.

En de meeste mensen houden het vol om te voorkomen dat ze anderen besmetten, door afstand te houden en overal de hygiëne regels op te volgen. Ons geloven spoort ons steeds aan om anderen te dienen en dat gebeurt gelukkig volop. Ons geloven geeft ons ook de ervaring dat we er nooit alleen voor staan. We mogen ons ook uitgedaagd en ondersteund weten door onze goede God die ons, juist in zware tijden bij de hand houdt. In de stilte van ons hart en in ons bidden kunnen we ervaren dat we bij de hand genomen worden en soms zelfs gedragen. Niet altijd zijn we ons dat bewust.

Het volgende gedicht beschrijft dat op een prachtige manier.

Ik droomde eens en zie

ik liep aan ‘t strand bij lage tij.

Ik was daar niet alleen,

want ook de Heer liep aan mijn zij.

We liepen samen het leven door,

en lieten in het zand,

een spoor van stappen; twee aan twee,

de Heer liep aan mijn hand.

Ik stopte en keek achter mij,

en zag mijn levensloop,

in tijden van geluk en vreugde,

an diepe smart en hoop.

Maar als ik het spoor goed bekeek,

zag ik langs heel de baan,

daar waar het juist het moeilijkst was,

maar één paar stappen staan.

Ik zei toen “Heer waarom dan toch?

Juist toen ik U nodig had,

juist toen ik zelf geen uitkomst zag,

op het zwaarste deel van mijn pad…”

De Heer keek toen vol liefde mij aan,

en antwoordde op mijn vragen;

“Mijn lieve kind, toen het moeilijk was,

toen heb ik jou gedragen…”

G. Noordink, pastor