Op weg naar Kerstmis 2018

Op het moment dat ik dit schrijf (eerste volle week van november, net na de mooie vieringen van Allerheiligen en Allerzielen) nadert het kerkelijk jaar met rasse schreden zijn voltooiïng. We blikken terug op wat was. In de ‘tijd van de Heer’ (Kerstmis-Pasen-Pinksteren) is het heilsmysterie in zijn geheel ontvouwd. In de ‘tijd van de kerk’ (zomer en herfst, met als liturgische kleur groen, deze kleur staat voor hoop) hebben we – aan de hand van de evangelies van de ‘tijd door het jaar’ gekeken, wat de toepassing van dit heilsmysterie betekent voor ons eigen persoonlijk leven en de bijdrage, die we leveren aan onze samenleving. We naderen de bekroning van al deze heilsfeiten in het Hoogfeest van Christus Koning. Zijn Koningschap is niet van deze wereld. Het gaat niet om aanzien of macht. De inhoud van Zijn Koningschap is nederigheid, dienstbaarheid aan het welzijn en geluk van velen.

Wat tot voltooiïng komt in het Koningschap van Christus, is geen eindpunt. De uiteindelijke bestemming van onze tocht, het eeuwig leven, hebben we nog niet bereikt. Daarom maken we in de Advent een nieuw begin. We zijn dankbaar voor al het goede uit het afgelopen jaar; maar we kijken ook vooruit naar de toekomst. Wat leeft er in ons aan hoop en verwachting, voor de tijd die komen gaat? Hierop willen we ons in de vier weken, die voorafgaan aan Kerst, bezinnen. De liturgische kleur wordt paars. Dit lijkt misschien wat ‘zwaar’. Enige reden hiertoe is er ook wel. Want als we kijken naar onszelf, naar hoe wij inhoud geven aan ons leven, dan moeten we eerlijk bekennen dat het niet alles goud is dat er blinkt. Buiten is het eerder duister, en het voelt steeds killer. Maar ook van binnen ervaren we de schaduwzijden van ons bestaan. Toch geeft het licht, dat we juist in deze donkere dagen ontsteken, ons nieuwe moed. Het begint voorzichtig, met één vlammetje aan de eerste kaars van de Adventskrans.

Maar langzamerhand merken we, dat de kring van licht steeds groter wordt. Er groeit in ons een verlangen naar gerechtigheid, geborgenheid en vrede. Het Licht schijnt in de duisternis. Het is de voorbode van de Morgenster, die ons in diepe nacht de weg zal wijzen naar de Stal van Bethlehem. Daar, op die eenvoudige plek, wordt Jezus geboren. Voor Hem is er geen Koninklijk paleis, laat staan een plek in de herberg. Integendeel, de plaats waar Hij ter wereld komt, tekent zijn verbondenheid met hen, voor wie het niet vanzelfsprekend is, dat zij kunnen meedoen aan de samenleving.

Vandaar ook het bonte gezelschap, daar in die schuur: Jozef en Maria – mensen als U en ik – rond de kribbe; omgeven door herders. Met hun schaapskudden kunnen zij nauwelijks in hun levensonderhoud voorzien. Maar toch worden juist zij als eersten deelgenoot gemaakt aan het Goede Nieuws, dat de Redder van deze wereld geboren is. De herders voelen zich welkom bij het Kind in de houten voerbak. In het gelaat van dit Kind zien we een vriendelijke uitdrukking. Zijn glimlach doet ons beseffen dat we mogen leven. Ons gezicht krijgt weer ‘smoel’, we mogen er zijn! De gouden glans straalt er van af. Geen glitter of glamour; maar wel de liefde van dit Kind, die ons als ‘vrienden van dit nieuwe leven’ met elkaar verbindt.

Dit doet mij denken aan een Kerstverhaal, dat parochianen mij onlangs vertelden. Ze zeiden: samen met onze ouders werkten we in de bakkerij. Zo vlak voor de Kerst was het een drukte van belang, we waren allemaal in touw. Maar als dan eenmaal het moment aanbrak, dat alle broden waren verkocht en alle boodschappen waren bezorgd, dan was er tijd voor ons als gezin. Samen gingen we aan tafel, en deelden we van alle goede gaven, die ons als vruchten van onze arbeid werden gegeven. Dit samen zijn en alles delen, zo werd gezegd, is voor ons het ultieme Kerstgevoel.

Van harte hoop ik, dat de komende Advent ook U hoopvol mag doen uitzien naar het Kind, dat ook in U geboren mag worden, als een nieuw begin ook van Uw leven.

Dat het zo mag zijn.

Pastoor André Monninkhof