“Ik zal er zijn”

Bij een uitvaart werd onlangs gezongen het lied: “Ik zal er zijn”.

Het eerste couplet van dit lied is als volgt:

“Als je eenzaam bent of in het duister

Roep dan mijn naam, ik zal er zijn.

Als geen mens je kent of niemand luistert

Zelfs als je fluistert, zal ik je stem verstaan.

Als een vriend, zal ik je dragen, alle dagen zal ik er zijn.

Als een ster in donk’re nachten, zal ik wachten, zal ik er zijn.

Wees niet bang voor de stilte om je heen

Wees niet bang, ik laat je nooit alleen

Als een vriend zal ik je dragen, alle dagen, zal ik er zijn.”

Bij dit lied denkt de familie van de overledene ongetwijfeld aan hun lieve en zorgzame vader. Hij was er altijd, steeds stond hij voor hen klaar.

Misschien roept dit lied ook bij ons wel herkenning op. Hebben ook wij in deze bijzondere periode niet (soms) het gevoel, dat heel de wereld drukt op onze schouders ? We leven in wankele tijden, zoveel is wel zeker. We bevinden ons in een onveilige wereld. Coronabesmettingen nemen hand over hand toe. En wat te denken van die enorme explosie in Beiroet ? In één klap werd het leven van ontelbaar velen verwoest. Zorgen spoken door ons hoofd. Want hoe zal het straks, in de herfst, verder gaan ? Allerlei steunmaatregelen van de overheid lopen af, de pot met meel zal toch niet leeg raken ? Hoe houden we in vredesnaam het hoofd boven water ?

In het Katholiek Nieuwsblad las ik deze week (vrijdag 7 augustus) een verhaal van een voedselbank in de Verenigde Staten. Op het plein voor de kerk deelt de caritas eerste levensbehoeften uit. Is dit ook ons voorland ?

Hoe dan ook: we zitten allemaal in hetzelfde schuitje. Want het virus ontziet niemand. Hoe hiermee om te gaan ?

Het lied: “Ik zal zijn”, en ook het evangelie van afgelopen zondag (9 augustus) over de boot met de leerlingen van Jezus erin, die in een hevige storm op het meer dreigt te vergaan, maken me duidelijk, dat we het samen zullen moeten doen. Jezus reikt de stoere, maar ook bange Petrus, die over het water naar Hem toe was komen lopen, de hand. Zo gaat hij (Petrus) niet kopje onder.

Wellicht kunnen ook wij ons door dit verhaal laten inspireren. Want we kunnen elkaar helpen, om niet in onze neerslachtigheid te verdrinken.

Wat een ‘handreiking’ aan elkaar kan doen, merkte ik deze week nog, na afloop van de uitvaart, waarmee ik dit artikel begon. Tot mijn verrassing hoorde ik bij de ‘nazit’ op het boerenerf, dat bij de voorbereiding van dit afscheid, de naaste buren met heel veel dingen hadden geholpen. “Aanzeggen”, een erehaag vormen, na de kerkdienst koffie zetten voor de familie en de genodigden; het is een vorm van noaberhulp, die ik van vroeger ken uit mijn geboortestreek. Heel fijn om dit hier ook weer te mogen zien ! Elkaar steunen zit ons in het bloed !

“Hier ben ik”. Deze woorden heb ik gezegd bij mijn priesterwijding. Bij die gelegenheid heb ik beloofd: “ik zal er zijn”. Niet omdat ik zo’n durfal ben, integendeel zelfs. Maar wel omdat ik vertrouw op Gods genade.

Dit vertrouwen wil ik ook U toewensen. Dat ook wij dit woord mogen horen van Christus Zelf: “Ik ben het”. Dat ook wij Zijn Aanwezigheid mogen ervaren, en hieruit de kracht en de moed putten om – ook in deze stormachtige tijd – elkaar op handen te dragen.

Dat we – samen in dezelfde boot – er zijn voor elkaar.

Pastoor André Monninkhof