Het gebroken mensbeeld

Het was in 1979 dat ik voor de eerste keer kennis maakte met de gruwelen van de concentratiekampen in de Tweede Wereldoorlog. Ik wist natuurlijk van de gewelddadige excessen, maar in Dachau stond ik tussen de barakken waar zich de verschrikkingen hadden voorgedaan. Later bij mijn bezoeken aan het vernietigingskamp Auschwitz drong de vraag die zich in Dachau stelde zich steeds sterker op: ´Wat is de mens dat hij in staat is tot vernedering en vernietiging van medemensen?´ Dit laatste maakte geen deel uit van mijn voorstellingswereld: het was voor mij onvoorstelbaar wat mensen elkaar aan konden doen.

Een kwart eeuw had ik onbezorgd en onbenullig kunnen leven in een beschermde en vredige omgeving. Ik was een geluksvogel zonder er zelf erg in te hebben. Natuurlijk ging er weleens iets mis, maar ik kon afwijkingen zien als kwade uitzonderingen op een goede regel. Ten diepste was de mens goed, zo geloofde ik, al vroeg ik mij ook weleens af waar dan toch al het kwade vandaan kwam, dat ´s morgens in de krant zo uitbundig op de voorpagina werd geëtaleerd.

Het bezoek in Dachau betekende voor mij dat ik er niet langer van uit zou gaan dat de mens goed is. Het positieve mensbeeld wat ik in mijn jeugd had meegekregen sneuvelde op de massiviteit en de intensiteit van het kwaad. Dit waren geen incidenten meer, geen uitzonderingen op een goede regel. Voor mij brak het positieve mensbeeld aan stukken en de menselijke natuur werd voor mij een sprookje dat niet strookte met de realiteit. Want als de mens tot een dergelijke vernedering en vernietiging in staat is, waartoe is hij dan nog méér in staat? Hoe kan je het ombrengen van 1.5 miljoen joodse kinderen nog beschouwen als een product van een ´menselijke natuur´? Wat is dit dan voor een ´mens´ en wat is dan zijn ´natuur´?

Deze vertwijfeling leidde voor mij tot een breuk met het naïeve humanisme. We kunnen niet repareren wat er door mensen is aangericht. Wat er na de afgelopen eeuw nog van ons rest, heeft zelf heling nodig. Humaniteit is geen gegeven meer, maar een opgave. En in die opgave heb ik mijn antwoord gevonden op het gebroken mensbeeld. Ik kan de breuk niet repareren of lijmen als een gebroken vaas. Maar ik kan menselijkheid wel oprichten in het bestaan en in de wereld om mij heen. Dit betekent niet het vernederen en vernietigen, maar het heiligen en verheerlijken van het leven. Hoe? Door met liefde en respect om te gaan met alles wat leeft. In al die fragmenten van heiliging kan iets zichtbaar en tastbaar worden van die mens, zoals eens door God bedoeld.

Oktober 2022

Joop Butti