Beeldenstorm

Traditioneel leerden wij dat God de Schepper van hemel en aarde is: Hij staat aan de oorsprong van ons bestaan en Hij is het doel daarvan. (*)

Tussen begin en einde verlost Hij ons door Jezus Christus en brengt ons tot voltooiing in Zijn heilige Geest.

Al kunnen we God als oorzaak en doel van het universum misschien nog aanvaarden, onze hedendaagse bestaanservaring weerspreekt Gods presentie in ons bestaan en in onze wereld.

Tussen begin en einde in, lijken we te leven in een bestaan en een wereld zonder Gods aanwezigheid. Die ervaring roept een leegte op, die sommigen proberen op te vullen met ´surrogaten´.

Anderen proberen de leegte zo goed – zo kwaad te aanvaarden, maar beseffen dat iedere zin die aan het bestaan en de wereld kan worden gegeven, slechts een illusie is.

Deze ervaring van zinsverlies roept verschillende reacties op: sommigen blijven vasthouden aan de geloofsleer maar ontkennen de huidige bestaanservaring; anderen blijven vasthouden aan de huidige bestaanservaring maar ontkennen de geloofsleer als daarmee onverenigbaar. Anderen leven in een conditie van splitting up: de geloofsleer en de bestaanservaring blijven naast elkaar bestaan, zolang ze maar niet op elkaar worden betrokken. Het lijkt in toenemende mate onmogelijk om de geloofsleer en de bestaanservaring samen tegelijk vast te houden en op elkaar te betrekken.

Dit nihilisme dat een externe zin voor de werkelijkheid ontkent, heeft geleid tot een ware beeldenstorm. Wat eerder als heilig en onaantastbaar werd geloofd, werd voorwerp van historische- en literaire kritiek.

Bijbelse beelden die het geloof eeuwenlang inhoud hadden gegeven, werden begrepen in hun eigen specifieke context en verloren daarmee hun algemeen universeel karakter.

En een kerkelijk ethos werd niet langer voor iedereen en overal verbindend geacht.

Wat bleef erover toen alle traditionele voorstellingen van God werden gedeconstrueerd? Wat bleef er over toen alle verhalen tot hun natuurlijke- en historische proporties werden teruggebracht? Wat toen alle casuïstiek omtrent moreel en immoreel gedrag werd herleid tot utilisme? Wat bleef er over toen niets meer heilig leek? Wat is bij machte om het bestaan en de wereld een intrinsieke zin te geven? Wat anders dan de liefde?

We moeten de gedachte dat God liefde is, serieus nemen: is de liefde het antwoord op het nihilisme? Is de grondervaring van het ontbreken van Gods presentie in ons bestaan en in onze wereld niet dat we lijden aan een verlies aan liefde?

En slaat waar liefde verdampt niet de leegte toe?

Het is mooi als we Gods presentie in ons bestaan en in onze wereld kunnen ervaren in de liefde die God is. Maar al te vaak doen we echter de ervaring op dat we in ons bestaan en in onze wereld van liefde verstoken zijn. De deconstructie van traditionele voorstellingen van God maakte weliswaar de ontdekking van de liefde mogelijk, maar daarmee ook het feitelijke ontbreken daarvan. En precies dit kan een ‘afhakingsmoment’ worden: als er geen voorgegeven zin en waarden meer zijn en als de liefdevolle presentie van God zelf ontbreekt, dan heeft niets meer zin. Dan regeren zinloosheid en liefdeloosheid in ons bestaan en in onze wereld en voor ons geloof en onze liefde komt dan onverschilligheid in de plaats. We lossen de leegte dan maar op met ´surrogaten´, om de zinloosheid en liefdeloosheid zo lang en zo goed mogelijk buiten de deur te houden en proberen de moed erin te houden – zonder te weten waarom en waartoe eigenlijk.

De profeet Jeremia leefde in een tijd van geloofsafval onder het volk. Hij klaagde dit ‘met surrogaten opgevulde’ goddeloze bestaan aan en als onheilsprofeet komt hij dan ook met een onheilsboodschap. Maar het geprofeteerde onheil blijft uit, de mensen nemen hem niet langer serieus en schande en smaad worden Jeremia´s deel. Eigenlijk wacht Jeremia op een initiatief van God dat maar niet komt. Hij is het wachten moe en wil het bijltje erbij neergooien. Hij heeft zichzelf blootgesteld aan een zinloze wereld zonder God, een wereld van afgoderij en ontrouw. De beelden blijken gebroken, maar Gods liefde is niet verschenen. Wel zijn er surrogaten en is er onverschilligheid. Jeremia worstelt met de vraag: ´ Waar is God? ´ – hij vult de leegte niet op, maar kijkt de duistere, zinloze diepte in. Hij vindt daar God niet, maar wel de aarde die ´woest en ledig´ is. Gods Geest zweeft over de diepe, donkere wateren, zo vertelt het scheppingsverhaal. Als hij het bijltje erbij neer wil gooien, ´laait er een vuur op in mijn hart´, schrijft Jeremia, ´het brandt in mijn gebeente´. Hij kan het vuur niet langer bedwingen en hij gaat spreken, want hij moet spreken. Aangevuurd door de Geest spreekt hij Thora uit, het scheppende Woord van God. De zwijgende God zwijgt niet langer, maar antwoordt in het spreken van de profeet. (*)

Nihilisme leidt tot een confrontatie met de zinloosheid en liefdeloosheid van ons bestaan. Niets heeft zin meer, juist de vraag naar God niet. Onverschilligheid en ´surrogaten´ resten ons. De aarde is woest en ledig, van orde en van zin ontdaan.

Het kruis van Jezus kan worden opgevat als teken van nihilisme: de verkondiging van het Rijk Gods sterft immers met Jezus aan het kruis. Met Zijn persoon valt ook Zijn zaak. Niets blijft en alles lijkt tevergeefs. Het kwaad van de machten krijgt vrij spel: verwerping en moord regeren.

Wetgeving wordt gecorrumpeerd en de liefde die Jezus belichaamde, wordt de wereld uit gekruisigd. Waar is de zin oog in oog met het kruis? Waar de liefde? Waar is God? Voor het nihilisme zijn dit zinloze vragen, want zinloosheid en liefdeloosheid zijn noodzakelijk gegeven met Gods afwezigheid. De aarde is inderdaad woest en ledig en er is daar geen zin of liefde te vinden. De boodschap is: God is present in de Geest die zweeft over de diepe, donkere wateren. Het is die Geest die staat aan het begin van de schepping. Het is die Geest die Jeremia doet vragen: ´Waar is God?´ Het is die Geest die Jezus doet uitroepen: ´Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?´ Het is die Geest die Jeremia tot spreken brengt en die Geest die Jezus opwekt uit de doden.

Het is die Geest waardoor we ons de Gekruisigde überhaupt herinneren. Het is die Geest waardoor wij oog in oog met de zinloosheid en liefdeloosheid van het bestaan en in de wereld daarin niet berusten, maar antwoord geven en scheppend handelen. Het is in die Geest dat wij zin oprichten waar die niet is en in liefde en vriendschap leven met God en onze naaste. Het is in die Geest waarin wij werken aan een bestaan waarmee kan worden geleefd en een wereld waarin kan worden geleefd. Het is in die Geest waarin wij humaniteit oprichten. Het is in die Geest waarin God ons bestaan en onze wereld door ons heen herschept.

Als de beelden breken en de liefde dooft, dan kan het geloof het nihilisme overleven door niet te vluchten in surrogaten en onverschilligheid, maar de confrontatie met het kruis van de aarde die woest en ledig is aan te gaan. Het kruis roept als teken van verwerping en moord als contrastervaring een impuls op van de Geest tot ´leven scheppend handelen´. Leven scheppend handelen, is precies wat liefde is. Zo is liefde bij machte om het bestaan en de wereld ook na het nihilisme een intrinsieke zin te geven en nieuwe waarden op te richten. Wie zijn geloof durft te verliezen, zal het vinden.

(*) Jeremia 20,7-9: ´Heer God, Gij hebt mij verleid; ik ben bezweken; Gij waart mij te sterk; ik kan niet tegen U op. De hele dag lacht men mij uit, iedereen drijft de spot met mij. Telkens als ik het woord neem, moet ik schreeuwen en “geweld en onderdrukking” roepen. Het woord van de Heer brengt mij iedere dag schande en smaad. Soms denk ik: Ik wil er niets meer van weten, ik spreek niet meer in zijn naam. Maar dan laait er een vuur op in mijn hart, het brandt in mijn gebeente. Ik doe alle moeite om het in bedwang te houden maar dat lukt me niet.´  Deze tekst van Jeremia heb ik geïnterpreteerd in het licht van het scheppingsverhaal (Genesis 1,2).

December 2019

Joop Butti