Interview in De Gelderlander met Lucy Geertman,


oud parochiaan en nu straatpastor in Nijmegen.

De tijd rond Kerstmis en Oud en Nieuw is een lastige tijd voor dakloze mensen. En niet alleen omdat het koud, nat en donker is. Maar omdat we het gezellig maken thuis en elkaar opzoeken. Dat doet zeer als je niks hebt en eenzaam bent, zegt Lucy Geertman, de nieuwe straatpastor van Nijmegen.

,,Het is in de stad gezellig met al die lichtjes. Op tv zie je reclames voorbijkomen waarin families het gezellig hebben met elkaar. Voor iemand die in een tentje in de Ooijpolder slaapt en geen gezellige kerstboom heeft en geen familie waar hij naartoe kan, komt dit dubbel zo hard aan. Ook mensen die uit het buitenland komen, hebben het in deze tijd moeilijk’’, vertelt Geertman (net 55), sinds deze zomer in dienst bij Het Kruispunt.

Waaraan hebben straatmensen vooral behoefte?

,,Aan contact, een praatje, aandacht, gezien worden. Want zij zijn de categorie mensen die doorgaans met de nek worden aangekeken, of met de vinger worden nagewezen. Terwijl dak- of thuisloos worden iedereen kan overkomen. De wereld wordt steeds harder, sneller en ingewikkelder. Als je een iets lager IQ hebt, of laaggeletterd bent, is de kans groter dat je buiten de boot valt. Omdat je formulieren niet kunt lezen, omdat je niet uit de aanwijzingen op een automaat komt. ‘Hebt u vragen? Kijk op huppeldepup.nl’ is het tegenwoordig. Maar wat als je daar niet uit komt?’’

Wat kan jij daarin betekenen?

,,Ik ken in elk geval de weg. Zo zag ik een paar weken geleden een jongeman waarvan ik dacht dat het misschien een buitenslaper was. Hij werd mager, had vaak dezelfde kleren aan. Op een gegeven moment heb ik hem aangesproken. Bleek dat hij al vijf maanden geen uitkering had. Hij zei ‘Als dit zo doorgaat, sta ik straks wél op straat’. Ik heb hem mijn kaartje gegeven en hem naar de Lutherse kerk gestuurd, waar de formulierenbrigade die we hier hebben op maandag- en donderdagochtend dak- en thuislozen helpt. Hij belde me daarna heel dankbaar op om me te vertellen dat ze hem daar gaan helpen en hij ook al een voorschot had gekregen. Daar doe ik het voor.”

Wat drijft jou?

,,Ik ben katholiek opgevoed. Er kwamen weleens missionarissen preken in onze kerk in Heino bij Zwolle. Toen was ik verkocht, ik dacht ‘Dat wil ik ook’. Ik ben gelukkig van de generatie dat je niet meer het klooster in hoefde te gaan om missionaris te worden. Ik mocht naar het atheneum en daarna doorstuderen. Theologie. Ik kon daarna als leek en ook nog als vrouw naar een derde-wereldland. Zonder dat ik hoefde in te treden.’’

In welke landen ben je geweest?

,,In India ben ik twee keer geweest om te helpen bij straatkinderprojecten en daarna in Mexico. Eerst vijf jaar achter elkaar – gesponsord door een katholieke missieorganisatie. Daarna nog jaren af en aan. Het project waar ik in Mexico werkte bestond uit de opvang van kinderen die van straat gehaald zijn, wees zijn, of door de regering uit huis geplaatst vanwege bijvoorbeeld geweld of seksuele uitbuiting.’’

Hoe kom je van de straten van Mexico in Nijmegen terecht?

,,Ik heb het werk in Mexico lang gedaan. Terug in Nederland dacht ik ‘Ik wil nu de straten van Nederland leren kennen’. Ik ben in een opvang van het Leger des Heils gaan werken. Daarvoor hoef je helemaal geen Heilsoldaat te zijn. Ik werkte in de dagopvang, de nachtopvang en het begeleid wonen – wat hier het MFC en De Hulsen van IrisZorg is. Ik las de advertentie van Het Kruispunt en dacht ‘Dit is wat ik wil’. Ik woon in de buurt van Rotterdam, maar vind Nijmegen een supermooie stad. En ik ben goed ontvangen. Mijn voorganger – Harrie Lennaerts – heeft me overal geïntroduceerd.’’

Wat doet een straatpastor eigenlijk?

,,Onder meer de zondagse viering in onze kapel. Dan lees ik een stuk uit de bijbel. Daar haal ik een thema uit. Hoop of Maria of troost. Ik heb gemerkt dat er onder daklozen een grote behoefte aan spiritualiteit is. Er wordt heel open en eerlijk over het thema gesproken en iedereen respecteert de mening van een ander. Vast onderdeel van de viering is dat iedereen die dat wil naar voren kan komen en een kaarsje kan aansteken. Voor de zoon die hij al heel lang niet heeft gezien, een mede dakloze die in de gevangenis zit of in het ziekenhuis ligt. Maar ook voor de vluchtelingenstroom in Mexico, of de oorlog in Jemen. Mensen denken vaak dat daklozen helemaal van de wereld zijn, maar dat is niet zo. Ze weten heel goed wat er in Nijmegen gaande is en volgen ook de wereldproblematiek. Na de viering is er een gezamenlijke lunch, waar we samen een uitsmijter eten en wat napraten.”